Strade bianche

Wat keek ik er naar uit! Fietsen over de heuse ‘strade bianche’, op weg naar mijn eindbestemming Rome, nadat ik 3 weken eerder in juni 2021 op mijn fiets vanuit Vught (NL) was vertrokken.

De afgelopen 2 jaar had ik op de televisie Wout van Aert (2020) en Mathieu van der Poel (2021) de klassieker Strade Bianche zien winnen. Waar Wout in 2020 op de laatste grindstrook zijn kaarten op tafel gooide deed Mathieu dat het jaar erna met een splijtende demarrage op de Via Santa Catharina. Beide met als resultaat om de armen omhoog te kunnen steken op de Piazza della Campo in het hartje van Siena. En nog meer op mijn netvlies stonden op dat moment de beelden van de 11de etappe van de Ronde van Italië van 19 mei van dat jaar. Het leek wel of elke vindbare meter ‘strade bianche’ was opgenomen in de finale van die rit. Het bleef mij bij dat de slijtageslag in het peloton enorm was. Ik was dus gewaarschuwd!

Strade Bianche

In mijn route had ik, rondom Siena en Montalcino, diverse stroken opgenomen. Zorgvuldig gepland, zonder al teveel omrijden over de Toscaanse heuvels. Het werd genieten en afzien ineen.

Genieten omdat het beleven van de ‘strade bianche stroken nog mooier voelde dan ik vooraf hoopte. De witte wegen staken prachtig af tegen enerzijds de, voor Toscane zo karakteristieke, groene cipressen. En anderzijds tegen de fel blauwe lucht  welke af en toe werd vertroebeld door opdoemende krijtachtige wolken wanneer een auto vanuit de verte aan kwam rijden.

Afzien omdat ik mijzelf vooraf nooit had gerealiseerd dat deze stroken ook zomaar percentages omhoog en omlaag hadden van bijvoorbeeld 14%. Gewoon anderhalve kilometer Cauberg, op kiezels…. Bergop is dat een hele kluif en bergaf is dat best spannend, zeker met 30 kilogram aan bagage aan de fiets…. Maar waar een wil is, is een weg. ‘Grinta’ op het het witte grind was dus nodig.

Overigens is de reden dat het grind wit is voor een wielrenner makkelijk te verklaren. Het komt door de ‘uitbloeing’ van mineralen en vooral van zeezout uit de bodems van de gebieden rondom de ‘Crete Senesi’, de ‘Kleien van Siena’. Het is dus net zoals de witte korsten die achterblijven op  de wielershirts, boven de wenkbrauwen en in de helm na het leveren van een forse inspanning op de fiets.

Over een wit uitgeslagen shirt kon ik die dag meepraten. Moe maar voldaan kwam ik aan het einde van de dag aan in Montalcino. Klinkt overigens makkelijker dan dat het was. De 8 kilometer slotklim naar het dorp voelde als ‘hors categorie’. Naast een veelvoud aan Brunello wijnen, enoteca’s en osteria’s vond ik hier ook de verklaring wat de betekenis was van al die bordjes langs de weg met daarop vermeld ‘Eroica’. Het bleken de vaste routeborden van de retroronde L’Eroica te zijn, die elk jaar plaatsvindt op de eerste zondag van oktober. Een ronde over de witte wegen waaraan iedereen mag meedoen zolang je maar op een vintage fiets en in een retro wielertruitje rijd.  Oftewel de fiets moet een bouwjaar hebben van voor 1980, een metalen frame, tandwielen op het frame en toerpedalen en je moet er Merckxiaans uitzien in bijvoorbeeld een traditioneel Molteni outfit.

Op het terras van ristorant ‘Il Giardino’ genoot ik na  met een glas Brunello di Montalcino en een ‘selezione di formaggi Pecorino’. Wetende dat ik morgen dwars door Val d’Orcia weer enkele witte wegen mocht gaan trotseren. Met recht bestempeld als nationaal beschermd erfgoed. Om die reden, maar ook ter bescherming van de natuurlijke omgeving zullen ze dan ook altijd onverhard & wit blijven. Dat zweet vlekt anders ook veel te veel op zwart asfalt.

Mark